
Comptabiliteitswet 2001
Artikel 21
1
Onze Ministers zijn verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de bedrijfsvoering van hun ministerie.
2
Tot de bedrijfsvoering worden in ieder geval gerekend het financieel beheer, het materieelbeheer alsmede de administraties die ten behoeve van dat beheer worden bijgehouden.
3
Onze Ministers zijn tevens verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van de bedrijfsvoering.
4
Onze Ministers stellen de Algemene Rekenkamer tijdig op de hoogte van de onderzoeken, bedoeld in het derde lid, die zij doen instellen en van de resultaten daarvan.
5
Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering bij het Kabinet van de Koning en bij de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
6
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering bij de Staten-Generaal en bij de colleges, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
7
De colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e tot en met h, voeren, ieder met betrekking tot hun begroting of hun begrotingsdeel, in elk geval het financieel beheer, het materieelbeheer en de administraties ten behoeve van dat beheer. Het bepaalde in artikel 19, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.